Ambassadeur LHBTQI+

Foto door: Ivano Nortan

“Ik zie mezelf als genderfluïde of genderqueer, wat voor mij betekent dat ik speel met mijn genderexpressie. Zo is het dragen van nagellak voor mij niet toegeschreven aan vrouwen alleen. Het belangrijkste is dat we leren respecteren hoe iemand zich identificeert, ook als daarin gewisseld wordt.”

Remco Boxelaar is founder van Corporate Queer, een organisatie die strijdt voor een wereld waarin iedereen authentiek mag zijn. Verder is hij lid van verschillende adviesraden – waaronder die van Diversiteit in Bedrijf – en nu dus ook ambassadeur LHBTQI+ voor Diversity Day 2020!

Van hetzelfde laken een pak

Remco begon zijn carrière als high-fashion model en maakte daarna de stap naar het bedrijfsleven in de consultancy. De modewereld en het bedrijfsleven hadden één ding gemeen: er was weinig speelruimte ten aanzien van gedrag, houding en taal. Achter de schermen konden mannelijke modellen lacherig doen als ze een feminiene(re) collectie moesten lopen. Op kantoor droeg bijna iedereen een grijs pak met een blauwe stropdas. Het scherpe verschil tussen man en vrouw en de sterk gedefinieerde rollen lieten weinig ruimte voor authenticiteit.

“Ik zie mezelf als genderfluïde of genderqueer, wat voor mij betekent dat ik speel met mijn genderexpressie. Zo is het dragen van nagellak voor mij niet toegeschreven aan vrouwen alleen”, aldus Remco. Het belangrijkste is dat we leren respecteren hoe iemand zich identificeert, ook als daarin gewisseld wordt. Je ‘bent’ niet een label, maar laten we de ruimte nemen om te blijven onderzoeken wie we zijn. “Ik ken mensen die net als ik voor zichzelf het liefst de term queer gebruiken, maar dat de omgeving hen labelt als ‘homo’ of ‘lesbisch’. Genderidentiteit, geslachtskenmerken en seksualiteit zijn echter drie verschillende dingen. Ik zeg altijd: gender zit tussen je oren, geslacht tussen je benen en je hart vertelt je op wie je verliefd wordt. Het schrijnende is dat het eerder de mensen om je heen zijn die zo’n label nodig hebben om jou te begrijpen, dan jijzelf.”

Een belangrijk doel voor Corporate Queer is daarom het uitdagen van de heteronorm. In onze samenleving identificeren de meesten zich als man of vrouw, en ook valt de meerderheid op het tegenovergestelde geslacht. Dit vertaalt zich door in het bedrijfsleven: een duidelijke dresscode voor mannen en vrouwen, het type grappen waar je wel of niet mee wegkomt, een bepaalde rol die sneller aan een man wordt toegewezen versus een vrouw en andersom. Zo is professionaliteit vaak omlijnd door bepaalde kleding- en gedragsvoorschriften. Er anders uitzien kan betekenen dat je als minder professioneel wordt beschouwd. “Dan is het kiezen tussen conformeren of jezelf zijn. Dat betekent dat authenticiteit in strijd kan zijn met wat we als ‘professioneel’ bestempelen,” aldus Remco.

Weg met spectrumdenken

Dit geldt ook voor het gebruik van persoonlijke voornaamwoorden en de keuze of je  aangesproken wilt worden met hij/hem (man), zij/haar (vrouw) of hen/hun (non-binair). Je ziet steeds vaker dat mensen op LinkedIn aangeven met welk voornaamwoord ze graag worden aangesproken. Daarmee creëer je ruimte. Het maakt de stap voor een trans of non-binair persoon kleiner om hier ook een voorkeur in kenbaar te maken. Zoiets moet overigens geen verplichting zijn, want je kunt natuurlijk ook nog zoekende zijn. Remco: “Ik vind het belangrijk dat mensen begrijpen dat er onder de trans paraplu zowel mensen vallen die in transitie gaan van man naar vrouw (of vice versa), als ook non-binaire personen. Denk aan Sam Smith die de tweedeling verwerpt en liever genderneutraal door het leven gaat.”

Veiligheid

De basis voor acceptatie van LHBTQI+ mensen op de werkvloer, is een psychologisch veilige werkcultuur. Het gebeurt dikwijls dat LHBTQI+ mensen, zonder kwade intentie, persoonlijke vragen krijgen over hun partner, kinderwens, genderexpressie of geslachtskenmerken:

“Ben jij de vrouw of de man in de relatie? Maar hoe werkt dat dan?”

Of dat je openlijk, in een groep, wordt aangesproken op datgene waarin je onderscheidend bent van de rest. Remco: “Ik werd een keer in een directievergadering door een collega bevraagd over mijn nagellak. Ik had liever gehad dat hij zijn vragen één-op-één aan me had gesteld, dat had veiliger gevoeld. Het was voor mij al spannend genoeg om voor de eerste keer met gelakte nagels naar kantoor te gaan, laat staan dat ik me direct en public moet verantwoorden.” Dit soort ogenschijnlijk ‘kleine’ vervelende ‘incidenten’, micro-agressies genaamd, kunnen leiden tot uitsluiting en daarom is het erg belangrijk dat er op de werkvloer een vertrouwenspersoon is en een goede klachtencommissie. Zeker als het gaat over zwaardere delicten.

Remco: “En het belangrijkste is: people before money. Steun als bedrijf/leidinggevende je mensen als ze door klanten of collega’s ongewenst worden behandeld! Wees trots op je personeel in al hun kleuren en stuur niet een andere collega ‘omdat de klant het niet trekt’. Ga dan snel op zoek naar andere klanten – dat is lef tonen en voor mij de definitie van inclusief leiderschap.”